06-06-06

Pensioensparen

De vergrijzing slaat toe en ons pensioenstelsel komt in gevaar omdat de personen die nu op pensioen vertrekken te weinig kinderen op de wereld hebben gezet. Hierdoor is er een tekort aan mensen die arbeid verrichten en aldus, in ons huidige "repartitiestelsel", het pensioen van hun ouders betalen. De "pensioen"-generatie is daarenboven ook nog erg groot in aantal omdat ze voortkomt van de naoorlogse baby-boom. Weinige jongeren gaan er dus moeten voor zorgen dat massaal veel ouderen onbezorgd van hun oude dag kunnen genieten. Onrealistisch en het onlangs afgesloten generatiepakt is dan ook niet zo oneerlijk in mijn ogen. 

Een demografische evolutie en politiek zijn een werk van lange duur en er zijn steeds minstens 3 generaties mee gemoeid. Laten we dan ook eens kijken hoe onze bevolking evolueerde en zich op pensioengebied gedroeg.

De vooroorlogse generatie had de crisis van de jaren '30 en de oorlog meegemaakt. Ze hebben dus een twintigtal jaar een moeilijk leven gehad. De start van hun beroepsleven daarentegen was redelijk gemakkelijk in een exploderende wederopbouwperiode. Toen het land weer wat op zijn pootjes terechtgekomen was en de economie aanzwengelde in de jaren '50 overspoelde een geest van euforie de mensen en ze zagen de kans schoon "eindelijk te beginnen genieten van het leven". Gezien veel vrouwen toen nog thuisbleven, Pincus zijn pil nog niet had uitgebracht, en kerk en christelijke zuil pleitten voor een gelukkig gezinnetje werden er massaal kinderen geboren : de baby-boom. De economie klom recht omhoog en er was nauwelijks werkloosheid. Dus kon men gerust afstappen van de idee dat iedereen zijn eigen pensioen moest opbouwen (het kapitalisatiestelsel). Mensen die op pensioen gingen merkten dat de sommen die ze hadden opgebouwd bij lange na niet volstonden om van te leven. Daarenboven hadden ze de grote inflatie van voor de oorlog meegemaakt. Ze zochten dus naar een manier die hen garandeerde dat ze niet in armoede zouden terechtkomen na het afsluiten van hun beroepscarrière. En zo ontstond het repartitiestelsel : de jongeren van vandaag werken voor de ouderen van vandaag, en hun kinderen zullen voor hen werken. Prachtig, eerlijk, alles wat je maar wil. Beter kon niet. Ze gingen op pensioen, kregen zonder veel problemen allerlei verhogingen, kortom het kon niet op. Er was toch genoeg in kas. Of anders gezegd : er waren toch genoeg werkenden.

Alleen, dat was niet zo. Crisissen zijn namelijk ingebakken in het kapitalistische systeem en ondertussen was half de jaren '70 de Kondratjevkurve in een nieuw dal terechtgekomen en een nieuwe sanering van "ondermaatse" bedrijven drong zich op. Een zondebok was snel gevonden in de arabieren en hun dure petroleum. Gevolg was dat enorm veel jongeren terechtkwamen op een arbeidsmarkt die steeds meer inkromp. Daarenboven was ook het feminisme haar opmars begonnen en wilden ook meisjes "gaan werken".
Tenminste zolang ze geen kinderen hadden, daarna bleven ze zeer geëmancipeerd toch maar thuis. Meer dan een half miljoen werklozen was het gevolg.

Slechte periode ook om kinderen te krijgen, en velen vonden dat het onverantwoord was "kinderen te zetten op zo'n wereld". Resultaat : de geboorten liepen sterk terug. Vergeten we eveneens niet dat in deze generatie zich onder andere ook de DINCs (double income, no children) e
n de Yups (spend now, pay later) bevonden, beiden fervente aanhangers van het genieten en kinderloos blijven (wel lust, geen last). Het was immers het begin van het IK-tijdperk.

De bron droogde dan wel niet omdat de pensioengeneratie niet zo groot was, maar de pensioendruk op de actieve bevolking nam mettertijd toch toe. Niemand staat echter graag zijn verworven rechten af en niemand zag ook klaar in hoe deze crisis op te lossen. De vakbonden waren toen nog zeer goed politiek vertegenwoordigd door mensen die misschien wel veel lawaai konden maken maar anderzijds nauwelijks visie hadden. Men onderhandelde op korte termijn, oplossingen voor de lange termijn werden niet gezocht.

Gevolg was dat gedurende 10 jaar alles op de werkgevers werd afgewenteld en de lonen (en pensioenen) pijlsnel de lucht inschoten. Vergeten we niet dat degenen die hier aan de onderhandelingstafel zaten juist zij waren die hun opmars beleefd hadden in de golden fifties en sixties. Ze konden niet anders denken dan in termen van "geld". Waar dus steeds minder mensen de economie draaiende hielden waren er steeds meer non-actieven die door hen moesten onderhouden worden. En hierbij ook veel ouderen die node zagen gebeuren dat hun mooie leven als gepensioneerde in gevaar kwam.

In die periode zagen we dan ook een groot verschil ontstaan tussen een massa gepensioneerden die niet wilden inleveren (en er de partij WOW voor oprichtten om dit te beschermen) en een minderheid werkenden. De eersten hadden voldoende generatiegenoten in het parlement en waren voldoende in aantal om hun wel op te leggen. Mannen van de generatie van Gol, Tobback en Martens stonden nog aan het begin van hun carrière. Anseele, Segers, Van den Eynde, Van den Boeynants waren de grote kleppers toen.

Terwijl de enen inleverden gingen de anderen overwinteren in Spanje. Niet allemaal natuurlijk, er zijn immers enorme verschillen in de inkomens van onze pensioentrekkers. En niet enkel dat, in hun gouden werkjaren hadden ze massa's geld gespaard (dat hadden ze geleerd in hun jeugd) en die exporteerden ze nu massaal naar het buitenland om de fiscus nog minder inkomsten te geven. Hierdoor draaiden ze de economie nog meer de nek om, belastten ze nog meer hun eigen kinderen.

De situatie is er door het hernemen van de economie wel op verbeterd, maar de gepensioneerden zijn (samen met de topmanagers) zowat de enigen geweest die nooit een forse inkomensdaling hebben moeten slikken in gans de herstelperiode.

Meer en meer zag men echter in dat de situatie onhoudbaar werd. Er kwamen steeds meer gepensioneerden bij en ze leefden steeds langer. Daarenboven waren er ook steeds meer vrouwen bij, die niet enkel gemiddeld 7 jaar ouder werden dan mannen maar ook nog eens 5 jaar vroeger op pensioen gingen, zodat hun pensioenperiode zowat het dubbele was van die van een man. Kortom, zonder wijziging kwamen de pensioenen in gevaar.

En toen de baby-boomgeneratie aan de beurt kwam voor pensioen was een groot deel van de welvaart opgesoupeerd. Er waren geen reserves aangelegd. De schulden die hun ouders gemaakt hadden tijdens de crisis moesten immers nog altijd afbetaald worden. Evenals hun hoge pensioenen.

Dus sloegen ze in paniek. Wie ging nu hun pensioen betalen ? Hun kinderen ? Maar er waren er niet veel ! Dus moesten ze zelf ervoor instaan ! Deze wanhoopsboodschap werd nog versterkt door banken en verzekeringen die een nieuwe goudmijn zagen opdagen en de koek onder elkaar verdeelden. Er werden fiscale vrijstellingen gegeven en het pensioensparen was geboren.

Oplichterij van het hoogste kaliber. In de jaren '50 had men het idee van de eigen opbouw verlaten omdat ze niet werkte en nu werd ze terug ingevoerd. Van de vroegere nadelen werd niet gesproken, integendeel, ze werden gewoon onder tafel geveegd met loze slogans die meer van een geloofsbelijdenis hadden dan van feitenmateriaal of een wetenschappelijk fundament.

Laten we alleen de belangrijkste eens bekijken : de inflatie. Een pensioenopbouw is per definitie iets van lange termijn. Als men een behoorlijke som wil samenkrijgen is men er zijn ganse beroepscarrière mee bezig. Een lange looptijd betekent ook dat de inflatie lang kan knagen aan dit kapitaaltje. En vermits ons kapitalistisch systeem eens om de 40 jaar gemiddeld op zijn grondvesten davert betekent dat dat iedereen in zijn (beroeps)leven minstens 1 grote inflatiegolf meemaakt. Van het waardevolle geld dat hij stortte krijgt de pensioenspaarder dan ook een som terug die nominaal indrukwekkend is maar qua koopkracht niets meer voorstelt. Alleen al daarom is een eigen pensioenopbouw die geen welvaartsvastheid garandeert volksverlakkerij waar enkel banken en verzekeringen hun vetpotten kunnen halen. En die zijn wel zo slim om elke vorm van indexering op beleggingen of dergelijke te weigeren. Te groot risico. Maar de spaarder moet dit wel nemen.

"Er bestaan beleggingen die hiertegen beschermen" zeggen ze dan. Probeer eens te weten te komen welke. Een antwoord dat 100% garantie biedt krijg je niet. Beleggingsfonds, aandeel ? Vergeet het ! Iedereen die in aandelen of fondsen belegde zal zich de jaren van negatief rendement herinneren. En krijg je geld maar eens terug juist op zo'n moment. Want tenslotte kan je niet zeggen "de beurs zit in crisis, ik wacht nog een jaar of 10 voor ik mijn geld opvraag". Van wat ga je ondertussen leven ? Meer zelfs : leef je nog wel bij de volgende opvering ? Wie in 1974-1975 zijn geld verloor op de beurs moest ook tot midden jaren 90 wachten voor dit verlies was goedgemaakt en hij zijn gederfde intresten en inflatie had terugverdiend.

Economen zeggen wel dat de beurs over lange termijn de inflatie bijhoudt. In de eerste plaats geloof ik dat niet, tenzij je permanent bezig bent met switchen tussen je beleggingen, maar dan moeten wel de hoogoplopende kosten ervan (taksen, bank- en beurskosten, beheerskosten) afgetrokken worden. En je moet ook altijd wel goed gokken wat je keuzes betreft. En er mag geen algemene beursdaling zijn waarbij alle aandelen zware klappen krijgen. Een experiment van Humo waarbij ze de resultaten vergeleken van "professionele" beleggers met die van een aap (dwz lukraak kiezen) toonde aan dat deze laatste het hoogste rendement had. Anders gezegd : de beurs is geen belegging, het is een loterij.

Obligaties van officiële instanties zijn zekerder, maar gezien hier geen koerswinst kan gemaakt worden zijn ze zeker niet bestand tegen inflatie. 

Goud ? Ideaal in crisistijden, bestand tegen inflatie. Maar het is wel moeilijk op te slaan en geeft ook geen rendement tot het gerealiseerd (verkocht) wordt. De jarenlange kosten van de kluis moeten dan ook nog eens afgetrokken worden van het rendement.

Onroerend goed ? Zwaar belast en zeker niet iets wat je dadelijk kan kopen. Tot je voldoende bij elkaar hebt moet je een andere belegging vinden, of je moet ervoor lenen. En dat laatste is nog altijd de beste garantie tegen inflatie, want hier wint de leningnemer op de lange termijn. Alleen, je kan in het begin niet lenen voor een eigen woning en als belegging. Dus moet je al je eigen woning als belegging zien en ze ook realiseren wanneer je op pensioen gaat. Al die jaren heb je wel kosten gehad, belastingen betaald en een deel van de opbrengst smelt weg wanneer je zelf een (dure) nieuwe woonst moet zoeken. Komt dus ook niet echt in aanmerking om er nog 20 à 30 jaar onbezorgd van te leven.

Of gaan we "the Belgian Dentist" uithangen ? Een begrip in internationale bankkringen. Het is deze man die zijn (vaak zwart) geld belegt in exotische aandelen, munten van de andere kant van de wereld, kortom, in zaken waar weinig controle op is of een groot risico aan verbonden is. Maar de fiskus weet het niet, en daar draait alles om. Onnodig te zeggen dat dit niet zo'n gezonde praktijk is.

Neen, een eigen pensioen opbouwen is enkel nuttig voor de bank die al die jaren gegarandeerd is dat ze je geld kan gebruiken. Het is dus infeite niet meer of minder dan een belegging op zeer lange termijn aan een rente die helemaal niet in overeenstemming is met het gederfde genot.

En vergeten we niet dat de hedendaagse jeugd, als deze maatregel ooit in praktijk zou gebracht worden, enorm zwaar belast zal worden : ze moet niet enkel met weinigen opdraaien voor de pensioenen van de vele babyboom-ouders, maar ze moet daarnaast ook haar eigen provisie aanleggen. Anders gezegd : ze moeten voor meer dan 2 pensioenen instaan, waar de vorige generatie enkel die van haar ouders moest betalen en deze kost ook nog kon verdelen over zeer veel hoofden.

En dan weten deze jongeren ook zeer goed dat ze niet enkel opdraaien voor hun eigen ouders, maar ook voor al die potverterende Dincs en yups die geen kinderen wilden omdat dit hen van hun prettig leven zou afhouden, of voor die geëmancipeerde vrouwen die liever carrière maakten dan kinderen kregen.

Laat deze mensen nu maar betalen voor hun kortzichtig egoisme uit het verleden en laat ze zelf maar zien hoe ze overleven na hun pensioen. Ze zullen dan misschien eindelijk begrijpen dat kinderen krijgen niet enkel een persoonlijke keuze is maar ook een maatschappelijk gevolg heeft. Want veel mensen uit die generatie waren onbekwaam om de wereld anders te zien dan vanuit zichzelf.

Laat me wel duidelijk zijn : ik spreek hier enkel over mensen die bewust kinderloos bleven, niet over degenen die jarenlang vruchteloos geprobeerd hebben in verwachting te geraken en die nog niet konden beroep doen op In Vitro Fertilisatie. Deze koppels kan immers niets verweten worden en zoals steeds betalen zij, en ook degenen die wel ouder geworden zijn, mee voor het platte opportunisme van de "levensgenieters".

Neen, ik zie die generatie niet vaak meer op vakantie gaan dan. En een generatiepakt hebben ze zeker verdiend. Ik beklaag mijn kinderen :-(

09:59 Gepost door Dwarsligger | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

generatiepact uw denkwijze kan ik volgen, maar met het generatiepact ben ik het helemaal ni eens, trouwens je vergget één heel belangrijk punt hieomtrend, meer kinderen wil zeggen meer doppers die we tenslotte ook moeten betalen, het zijn de bedrijven die constant meer produceren met alsmaar minder volk, verdere redenering zal je wel kunnen inbeelden waar ik naartoe wil. miljarden winst is niet meer voldoende, ik ben benieuwd naar die denkpiste van u.

Gepost door: watje | 27-01-07

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.