20-10-06

De Plakkende Vloer

Ik heb recent een gesprek gehad met een vrouwelijk hoger kaderlid van het bedrijf waar ik werk. Er zijn massa’s promoties in aantocht en ik zei haar dat ze nu ook wel tussen de gelukkigen zou zijn. Het antwoord dat ik kreeg had ik enerzijds wel verwacht, maar anderzijds verwonderde het me een beetje : “ik ben niet geïnteresseerd in promotie, ik blijf liever waar ik ben”.

De feministen die zo graag klagen over “the glass ceiling” hadden het gehoord moeten hebben, ze zouden weer massaal hun BH’s verbranden vrees ik.

Ik was erg geïnteresseerd in de motivatie van deze uitspraak en deze bevestigde wat ik al zolang wist : meer vrouwen dan de vrouwenbewegingen willen toegeven leggen zichzelf grenzen op wat promoties betreft. Ze zijn vaak niet geïnteresseerd om tot de top door te dringen, laat staan om hier een begin mee te maken door al was het maar 1 niveau te stijgen.

Uit dit gesprek bleek bv dat ze vond dat een eventuele promotie haar teveel aan banden zou leggen om nog “te leven”. Ze zou teveel en te lange vergaderingen moeten bijwonen, laat thuiskomen, haar zoon van 11 niet meer alle dagen in bed kunnen steken, kortom : het hogere loon en de hogere positie waren de prijs niet waard.

Zelf heb ik om dezelfde redenen altijd promotie geweigerd en ik kan deze mening enkel maar goedkeuren. Meer mensen zouden deze grens moeten stellen en zeker mannen moeten dit leren. Want dan MOET het bedrijfsleven zich wel aanpassen en aandacht besteden aan het leven “naast het bedrijf” wil het nog aan personeel geraken. Het schijnt dat  de hedendaagse jeugd, de zogenaamde Y-generatie, deze nadruk nu inderdaad ook legt en van geen overuren of late vergaderingen meer wil horen. Van 9 tot 5 werken ze als beesten, maar dan is het ook gedaan. Dan begint hun ander leven : hun sociale relaties, hobby’s enz. Kortom: zaken die zeker zo belangrijk zijn als hun beroep.

Dit nadrukkelijker zoeken naar een evenwicht beroep-privé is dus zeker geen vrouwenaangelegenheid maar waar mannen nu pas deze weg inslaan deden vrouwen dit reeds een generatie vroeger. Gevolg is dat vrouwen inderdaad geen promotie kunnen maken in de op uitsluitend mannennorrmen gebaseerde bedrijfswereld. Daar geldt nog steeds de regel : enkel wat met het bedrijf te maken heeft is van belang. Dat vrouwen meer dan mannen geleerd hebben om hun tijd te verdelen, dat ze dit ook “van nature” beter kunnen dan mannen, is van geen belang. Want ze doen die ervaring immers “maar” thuis op, dus “wat heeft dat met het beroep te maken ?”. Zeer discriminerend want de privébezigheden van mannen (politiek, sport, …) worden wel in rekening gebracht wanneer ze afgewogen worden op hun nut voor “the firm”.

Anders gezegd : de mannen aan de top zien wel het nut in van hun “vrije tijdsbesteding” omdat ze dit zien als “netwerken” terwijl ze in de activiteiten van vrouwen geen nut kunnen ontdekken. Dat mevrouw thuis een prachtige “time-manager” is, dat ze oog heeft voor de onuitgesproken gevoelens en drijfveren, dat ze leerde om te arbitreren tussen haar ruziende kinderen, daar heeft “het bedrijf” niets aan.  Daarvoor organiseren we wel een vormingscursus denken de mannen dan. En ondertussen kan er nog een bedrijf geld verdienen ook.

We stellen dus vast dat vrouwen inderdaad (té) vaak zichzelf beknotten en dat het glazen plafond ook voor een groot deel aan hen te wijten is en niet aan vijandschap van mannen zoals zo graag beweerd wordt door de feministen. Waarom vrouwen zichzelf beknotten is een andere vraag. De sfeer van een gemiddelde multinational is nu precies niet bevorderlijk voor een “gezellige” werkplek. En dat is iets wat voor vrouwen nog steeds primordiaal is : zich goed voelen op haar werkplek.

Hoe deze vicieuze cirkel doorbroken kan worden is me niet duidelijk, misschien lost dit zichzelf op door de Y-generatie, misschien lukt het vrouwen nooit om deze eenzijdigheid uit de bedrijfswereld weg te krijgen.

Afwachten is de zaak, maar als de evolutie voor vrouwen niet snel komt vrees ik dat ze massaal gaan afhaken en dat er niemand meer zal zijn om de balans in evenwicht te brengen. Waardoor ook de man teruggaat naar de voor hem ook weinig voldoening gevende tijd van Sloan Wilsons “Man in the Grey Flannel Suit”.

Willen we ons grijze pak uitdoen dan kunnen we niet zonder de vrouwen denk ik. Laten we ze dan ook maar in ere houden op onze werkvloer en hen motiveren om carrière te maken, desnoods tegen hun zin. Want we kunnen er alleen maar bij winnen. 

21:41 Gepost door Dwarsligger in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.