02-07-07

Selectieve Verontwaardiging

VBO, Unizo en andere werkgevenrsorganisaties zijn ontstemd door de enorm hoge ontslagvergoedingen die Opel Antwerpen uitkeert aan zijn  vertrekkers. Wat het brugpensioen betreft kan ik met hen akkoord gaan, het gaat in tegen het generatiepakt. Maar goed, hier zal de RVA wel een stokje voorsteken wegens “niet wettelijk”.

Erger is het wanneer deze organisaties zich tegen de ontslagvergoedingen keren. Dit is zeen uiterste vorm van hypocrisie en van “een maatschappij met geprivilegieerden en niet-geprivilegieerden”. Want ik heb deze organisaties nooit horen klagen over de hoge ontslagvergoedingen (en lonen) die zogenaamde topmanagers binnenhalen. Gelden voor hen dan andere regels dan voor “het vulgum pecus” ? Of leven we echt in een “ancien regime”-maatschappij waar 2 soorten mensen bestonden : degenen die profiteerden, die tot de top van de maatschappij behoorden enerzijds en degenen die de anderen moesten onderhouden en wiens wensen, dromen of zelfs behoeften de “elite” totaal koud lieten. Het enige wat van hen verwacht werd was werken en zwijgen.

In de negentiende eeuw werd deze elite burgerlijk en kon de adel de pluimen die ze in de Franse revolutie hadden verloren niet meer helemaal recupereren. De elite verschoof van de eerste naar de derde stand, maar haar mentaliteit is nog steeds niet veranderd : “wij profiteren en verrijken ons, maar de lagere klassen mogen zeker niet hun deel van de koek opeisen”.

Gans onze economische structuur is gebaseerd op dit principe van “haves and have nots”. Op internationaal gebied door de derde wreld uit te buiten, op micro-economisch vlak door enkel de top van de bedrijven te laten delen in de winsten en degenen die ze op de werkvloer reëel waarmaken te negeren.

Dat dit vroeg of laat niet meer genomen zou worden en aanleiding zou geven tot ongenoegen kon het kleinste kind zien aankomen. Zeker nu de arbeidsmarkt zeer krap is geworden eist de basis zijn deel op van de welvaart en aanvaardt ze niet langer meer dat een zeer beperkte top met alles aan de haal gaat.

Hopelijk wordt de slinger nu omgekeerd en komen we van een maatschappij van “een massa heel armen en een elite heel rijken” nu terug in een maatschappij waar het merendeel van de bewoners behoort tot een gegoede middenklasse, klasse die in ijltempo aan het verdwijnen was wegens de inhaligheid van een kleine groep die erin geslaagd was de amcht in handen te krijgen en deze te gebruiken ten eigen voordeel en niet tot voordeel van de ganse maatschappij.

Ook de vrije markteconomie heeft dus zijn “nomenclatura” die van voordelen geniet waar anderen geen aanspraak kunnen op maken. Ook de vrije markt zorgt er dus voor dat de welvaart niet eerlijk verdeeld wordt. En dit staat in schril contrast met de mythe van haar belangrijkste geloofsartikel : de vrije markt brengt welvaart voor iedereen.

In de dagelijkse praktijk zien we juist het tegendeel : de vrije markt laat een smalle groep bevoorrechten toe steeds meer macht en bezittingen te verzamelen ten koste van een steeds grotere groep “minder bevoorrechten”.

Waar het communisme dus werd uitgespuwd als “niet democratisch” bewijst de vrije markt dat ze nog veel minder democratisch is, de maatschappij nog meer polariseert en er nog minder in slaagt om de welvaart eerlijk te verdelen. Geen enkel land heeft dan ook zo’n sterke spanning tussen arm en rijk, zoveel mensen die uit de boot vallen als het Mekka van de vrije markt : de Verenigde Staten.

We mogen dus gerust beweren dat onze maatschappij alles behalve op gelijkheid gericht is, een democratie dus, maar dat ze nog steeds een oligarchie is waar een kleine elite de lakens uitdeelt en teert op het zweet van de overgrote massa. We kunnen ook moeilijk zeggen dat het om een meriotocratie gaat want heel veel mensen aan de top zijn er niet gekomen omdat ze het verdienen, er hard voor gewerkt hebben. De meesten kwamen er door te teren op hun vaders naam (nietwaar Bruno Tobback, Freya Van den Bossche e.a.), omdat ze geen scrupules hadden (denken we aan Van Den Boeynants die wel zweerde zich aan de wetten te houden maar toch fraudeerde tegen de sterren op), over lijken gingen (denken we maar aan de manier waarop veel mensen uit de top van het zakenleven hun plaats bereikten) enz. Kortom, zeldzaam zijn degenen die echt wel hun positie waard zijn en deze op een waardige wijze bereikten.

Onze westerse maatschappij is ook een plutocratie, een omgeving waar niet het algemeen belang primeert maar wel het belang van de geldmagnaten, degenen die een staat onder druk kunnen zetten door hun geld uit de economie weg te trekken. 

Het is niet voor niets dat grote bedrijven als Ford, General Motors en co zoveel steun krijgen van de staat. Zogezegd omdat ze belangrijk zijn, voor de werkgelegenheid, in feite omdat ze de politiek in hun zak hebben. Want zo groot is de werkgelegenheid er nu precies ook niet, zelfs als we rekening houden met de nevenactiviteiten. De multiplicatorfactor is inderdaad groot bij deze bedrijven, ze geven werk aan massa’s toeleveranciers, maar alles samen is de werkgelegenheid rechtstreeks en onrechtstreeks nog steeds een pak kleiner dan die in kleine bedrijfjes, KMO’s enz. Deze laatsten kunnen echter op geen cent steun rekenen omdat ze niet in staat zijn voldoende invloed  uit te oefenen, te lobbyen, politiekers aan zich te binden.

Wanneer de staat inderdaad de werkgelegenheid wil bevorderen zou ze haar aandacht veel meer moeten toespitsen op deze kleine ondernemingen, want ze stellen veel meer mensen tewerk dan de grote multinationals. Daarenboven zijn de betrekkingen er veel stabieler want deze bedrijven zullen niet plots en in volle bloei getroffen worden door een sluiting (nietwaar Renault). Hier geen beslissing die genomen wordt aan de andere kant van de wereld, geen beslissing die genomen wordt door mensen die de reden waarom ze staatshulp kregen (werkgelegenheid creeren) totaal uit het oog verliezen eens deze binnengerijfd is.

Om kort te gaan, de leuze dat we in een democratie leven, leuze die ons bij elke verkiezing terug door de strot geramd wordt, is een loze kreet. Net zoals in het europa van de negentiende eeuw is ook nu de echte macht in handen van een beperkt clubje “ons kent ons” dat er niet voor terugschrikt om alles in het werk te stellen deze macht te consolideren.

En ja, men kan hogerop raken, dat klopt, we leven niet meer in het ancien régime waar enkel geboorte van belang was en de deuren naar hogerop voor altijd gesloten waren voor de lagere standen. Maar mensen die volledig eerlijk de hoogste toppen bereiken lopen dun gezaaid, meestal zijn deze al lang voordien politiek uitgerangeerd of monddood gemaakt.

Maar goed, we zullen maar niet te diep nadenken zeker ?

19:30 Gepost door Dwarsligger in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

volledig mee eens die moeilijke woorden die ge gebruikt snap ik wel niet, maar ben het wel eens met uwe tekst.
als die multinationals zo verder gaan doen met politiekers achter hun, dan zijn we enkel nog maar aan het wachten op de volgende revolutie: koppen laten rollen bij de machtigsten.
wat Ford betreft, mmm als Ford volledig zou verdwijnen is Genk binnen de korste keren falliet. ok, ook dat is relatief en nog af te wachten.
wat brugpensoein betreft ben ik het niet eens, de reden is de geschiedenis bij het oorspronkelijke ontstaan van het brugpenssioen: het waren wel degelijk de werkgevers die schreeuwden om een brug pensioen in leven te roepen.

Gepost door: watje | 02-07-07

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.