16-07-07

Democratie 2 : Alternatieven

In de vorige bijdrage zagen we dat democratie zeker niet zo vanzelfsprekend is als de westerse landen willen doen geloven wanneer ze andere staten de les spellen. In dit artikel gaan we eens kijken welke de verschillende vormen van en eventueel de alternatieven voor onze klassieke parlementaire democratie zijn.

Wat is dan een betere oplossing dan al deze bestaande vormen ? In de eerste plaats hebben we het parlement waar het algemeen belang primeert. In België en zuidelijker zien we dat de oppositie zeer vaak, en zeker in belangrijke kwesties, per definitie een stem uitbrengt die tegen die van de regering ingaat, hoe goed het voorstel ook is. Stemmingen van meerderheid tegen oppositie zijn in deze landen dan ook schering en inslag. Van goed bestuur is derhalve in dit geval zeker geen sprake, van politieke spelletjes des te meer. Noordelijker dan ons land, beginnend bij Nederland is deze gewoonte veel minder courant, wat de debatten in deze parlementen heel wat saaier maakt maar anderzijds wel efficiëntie meer op de voorgrond zet.

Een andere mogelijkheid is de wisselmeerderheid. Naargelang om welk probleem het gaat zoekt de partij die de regering vormt en die op zichzelf niet over een meerderheid beschikt, hulp bij die partijen die haar op dat domein het best tegemoetkomen.

Dit is zeker de meest democratische manier van regeren in een parlement met meerdere partijen. Want voor elk probleem zal het de meerderheid zijn die beslist. Dit is bij een regeerakkoord met een vaste meerderheid ook wel het geval, maar elke beslissing die genomen wordt wordt daarom nog niet gedragen door een meerderheid van kiezers.  Immers, het sluiten van compromissen tussen de regerende partijen heeft voor gevolg dat de uiteindelijke beslissing tussen beide meningen in ligt, terwijl in de minderheid misschien voldoende stemmen aanwezig zijn om de beslissing compromisloos te laten verlopen. Een minderheid binnen de regeringsmeerderheid dringt dan zijn wil op aan een meerderheid die gevormd wordt door vertegenwoordigers zowel binnen als buiten de regeringsmeerderheid. Complex, ik weet het.

Nadeel van een minderheidsregering is dat deze bij elk probleem op zoek moet naar medestanders en nooit zeker is of ze deze wel zal vinden. Er gaat dan ook veel tijd verloren met onderhandelen, iets wat met een regeerakkoord slechts 1 maal nodig is.

Nog een andere staatsvorm is de technocratie. Infeite is onze maatschappij zo complex geworden dat zelfs in onze parlementaire democratie de wetgeving nu reeds vaak opgemaakt wordt met medewerking of zelfs volledig door technici terzake. Deze zitten dan niet in de kabinetten maar komen uit instituten die verbonden zijn aan de universiteiten. Hun ontwerpen worden door het parlement gejaagd dat ze zonder ze te begrijpen goedkeurt. Zelfs voor de parlementaire commissies is deze materie vaak al té gespecialiseerd.

Probleem bij deze regeringsvorm is het gevaar voor wederzijds onbegrip van deze technici. Onze maatschappij is zo sterk gespecialiseerd dat er een sterke behoefte bestaat aan generalisten, mensen die een brede kennis hebben op verschillende domeinen en die erin slagen deze hooggespecialiseerde technici verstaanbaar te maken voor elkaar. Maar er is in academische middens meer ontzag voor de extreme specialist dan voor een individu met een brede bagage.

Er ontstaan echter meer en meer gemengde instituten waar men zoveel mogelijk probeert mensen van verschillende disciplines bij elkaar te brengen om samen een bepaald onderwerp uit te diepen vanuit de verschillende vakdomeinen.  Ik denk dat onze maatschappij steeds meer zal evolueren in de richting van dergelijke multi-disciplinaire groepen.

Voordeel hier is duidelijk dat een eventueel compromis uitgewerkt wordt niet op basis van invloed en macht maar op basis van efficiëntie. Hier komt dus, behalve wanneer het om een morele kwestie gaat, de “beste” oplossing naar boven.

Voor wie de film “A Beautifull Mind” gezien heeft is de term “speltheorie” zeker geen onbekende. Het zgn “Nash evenwicht” laat toe om in geval van tegenstrijdige belangen het voor elke partij optimale compromis te berekenen. Regeren op deze basis zal dan ook, als alle partijen meewillen en iedereen enkel van een win-winstrategie uitgaat, de voor alle betrokkenen beste beslissing opleveren.

Waarom ze dan niet toegepast wordt ? Simpel : de rationeel beste oplossing is zelden de emotioneel best aanvaardbare, of de “sterke partijen” verkiezen hun macht te gebruiken om meer uit de brand te slepen dan wat hen toegewezen werd. Vandaar dat beslissingen die via politieke weg genomen worden zelden of nooit de ideale zijn.

Een scheefgelopen emanatie van “regering door specialisten” is de in België op sociaal gebied gangbare “overlegeconomie”. De regering komt dan enkel tussen wanneer de verschillende spelers er niet in slagen tot een vergelijk te komen. Ook op fiscaal gebied wordt dit toegepast : met veel beroepsgroeperingen is door de fiskale diensten een werkwijze afgesproken om op een eenvoudige manier de inkomsten te bepalen. Bij een bakker bv gebeurt dit op basis van zijn meelaankopen.

Gevaar bij deze vorm van democratie is dat voornamelijk macht het eindresultaat bepaalt. In een krappe tewerkstellingsmarkt bv hebben vooral de werkgevers het voor het zeggen. Ook wie de sterkste chantagemiddelen in handen heeft of het minst scrupules heeft komt erg ver. Het resultaat is ook in dit geval niet steeds het meest efficiënte. We hebben hier de nadelen van de overlegdemocratie zonder de voordelen van de technocratie. De slechtste van beide werelden dus.

Er schuilt nog een ander gevaar in dit soort overlegmodel : niet iedere betrokkene zit altijd mee aan de onderhandelingstafel. Dit heeft voor gevolg dat de onderhandelaars geneigd zullen zijn de afwezige de prijs van de overeenkomst te doen betalen. Dit was in België in de jaren ’70 bv het geval. Doordat de sociale partners niet verantwoordelijk waren voor de gevolgen van hun akkoord schoven ze de kosten ervan af op het staatsbudget dat vandaag de dag nog steeds niet bekomen is van deze aderlating.

En of deze manier van besluitvorming erg democratisch is is ook een vraag. Geen van de onderhandelaars heeft immers zijn mandaat ontvangen via vrije en rechtstreekse verkiezingen. Ik denk niet dat de positie van Luc Cortebeeck bv het gevolg is van een plebiciet door het volledige ledenbestand van zijn vakbond en nog minder dat elk lid ervan de kans heeft gekregen zijn kandidatuur te stellen, laat staan effectief doorheen de filters te geraken die moeten beletten dat een algemeen ledencongres iemand zou verkiezen die niet reeds tot de nomenclatura behoort. 

U zal al wel begrepen hebben dat ik persoonlijk voorstander ben van deze apolitieke vorm van regeren, de pure technocratie dus. Maar ik vrees dat deze wel altijd een illusie zal blijven want de burger zal zich zelden of nooit achter de gekozen beslissing zetten. Maar puur rationeel zou de mens er veel beter aan toe zijn denk ik. 

19:30 Gepost door Dwarsligger in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

mmm over uw laatste alinea ben ik het helemaal niet eens. dan zoud ge ervan uit gaan dat men goed te werk gaat, wat zeker niet het geval is, de mens gaat er helemaal niet beter van worden, dat is geloven in sinter klaas.
over uwe hele repliek (of hoe zeggen ze datte?): ja, zoals ik altijd al zeg, de volksvertegenwoordigers vertegenwoordegen hun volk niet, maar zijn een instituut op zich die meend te denken wat het volk wilt, maar eigenlijk enkel denken aan hun eigen zekerheid.

Gepost door: watje | 16-07-07

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.