23-07-07

Democratie 3 : Dictaturen

Laten we nu eens terugkeren naar ons uitgangspunt uit het eerste artikel van deze reeks. Is een democratie echt wel zo zaligmakend als de westerse landen willen doen geloven ? Past ze ook bij elk volk, elke mentaliteit ?

Wanneer in een land zonder democratische traditie plots vrije verkiezingen worden gehouden leidt dit vaak binnen de kortste keren tot anarchie. De reden voor dit moeilijk omgaan met de democratische spelregels verschillen nogal.

Congo, ex-Zaire, is een mooi voorbeeld van een staat waar democratie nooit een kans kreeg. Gezien de buitengewone rijkdom van dit land was het voor het westen en vooral voor de VS en België erg belangrijk dat hun invloed er niet verloren, ging. Hun marionet, Mobutu, heeft daar 29 jaar lang op alle mogelijke manieren de staatsorganen gemanipuleerd om zichzelf staande te houden. Dat deze na zijn verdwijnen dan ook weinig geloofwaardig waren is niet verwonderlijk. Niemand zag ze als een gespreksforum waar standpunten konden uitgewisseld worden.

De cultuur van de bantoe is er immers één van overleg, maar dan niet in een parlement, wel via palavers. Daarnaast zijn er de begrippen “raad van oudsten” en “stamhoofd”. Deze instituten werken zeer goed op kleine schaal maar voor een volledige provincie, laat staan voor een gans land werkt dit natuurlijk niet. Een alternatief behoort echter niet tot de politieke bagage. 

Toen Mobutu’s sterke hand wegviel keerde de bevolking dan ook zeer snel terug naar een meer primitieve manier om conflicten op te lossen : opstand en geweld. Iets anders kenden ze immers niet.

Van een tweede type “probleemgeval” vinden we een voorbeeld in China. Dit land heeft in zijn ganse geschiedenis nooit een echte democratie gekend. De bevolking is er al eeuwenlang gewoon dat ze niets in de pap te brokken heeft. Daarenboven heerst er ook de oosterse mentaliteit die meer de nadruk legt op de gemeenschap dan op het individu. Waar het westen tijdens de Renaissance de mens ontdekte als afzonderlijke eenheid zal Azië steeds de nadruk blijven leggen op het feit dat het algemeen belang primeert op het persoonlijke, iets wat  voor een westerling gewoon ondenkbaar is. Gevolg van dit alles is dat ook in dit land elke democratische traditie ontbreekt.

Rusland is een staat die eenzelfde autoritaire geschiedenis achter de rug heeft. Toen het verdwijnen van het communisme een machtsvacuum creeerde kon dit dan ook niet anders dan leiden tot anarchie. Hier echter geen prioriteit voor de staat, hier greep onder invloed van de uit amerika ingfevoerde consultants, de zgn “Chicago-boys”, het meest primitieve liberalisme de macht. De wet van de sterkste bepaalde alles, van enig sociaal gevoel was geen sprake. In die periode kon dan ook moeilijk gesproken worden van een parlementaire democratie, de straat en de wet van de sterkste dicteerden de gang van zaken.

Gevolg van deze fixatie op de eigen persoon of gemeenschap is ook het uiteenvallen geweest van dit immense rijk. Rusland toont ons hiermee ten andere nog een ander facet van democratie, facet dat nog veel duidelijker naar voor komt in Irak.

Saddam Houssein is er daar jarenlang in geslaagd om interne spanningen in zijn land onder controle te houden. Zogauw hij wegviel kwam deze spanningsbron weer aan de oppervlakte en verviel ook dit land tot complete chaos. In Rusland namen de grieven de vorm aan van onafhankelijkheidsbewegingen, bv in Tsjetsjenië. In Irak vertonen ze zich als een godsdienstoorlog tussen sjiieten en soenieten. Enkel de Koerden ontbreken nog op het appel om er de zaak helemaal onbeheersbaar te maken.   

Democratie, of wat ervoor moet doorgaan heeft dus een prijs en de vraag is vanaf wanneer deze té hoog is om nog aanvaardbaar te zijn. Reeds het oude Rome wist dat in crisistijden er van consuls of senaat geen sprake meer kon zijn. In zo’n omstandigheden mocht geen tijd verloren worden met overleg, dan moest de macht in handen gegeven worden van een alleenheerser, de dictator. Irak en veel andere labiele landen bewijzen dagelijks dat deze idee ook vandaag haar waarde nog niet verloren heeft. Alleen, in Rome was een dictator maar aangesteld voor een periode van 6 maanden en werd hij zorgvuldig uitgekozen, nu is het bijna altijd een “levenslange roeping” en is het meestal de sterkste en zelden of nooit de meest bekwame persoon die de macht in handen krijgt. Het principe in geval van crisis is dus goed, de hedendaagse praktijk is het zeker niet.  

We moeten er ook voor opletten om het instituut en de gebruikte middelen niet door elkaar te halen. We staan ver af van de romeinse situatie waar dictatuur in de staatsstructuur was ingeschreven en iedereen er zich vrijwillig aan onderwierp. De hedendaagse dictator moet, net als een democratische staat, druk uitoefenen om zijn macht te bestendigen. Het gebruikte geweld kan redelijk zijn, niet meer dan het geweld dat elke staat gebruikt om zich te handhaven, of het kan buitenmatig zijn.

Bijna altijd is het laatste het geval. Doordat op hem geen democratische controle uitgeoefend wordt komt hij willens nillens terecht op de gladde weg van het ongeremd geweld en, om gegarandeerd te blijven van personen die dit geweld in zijn naam uitoefenen, nepotisme, favoritisme en corruptie. Onbeperkte macht corrumpeert immers absoluut. Ook hangt zijn voortbestaan af van de steun van enkele kernpersonen en organen die al snel een eigen leven gaan leiden. Beria bv kon door niemand meer in de hand gehouden worden, net zomin als Himmler. Net zo goed is de curie in Vatikaanstad een instituut dat menig paus (tenslotte ook een alleenheerser) het leven heeft zuurgemaakt. Het gaat telkens om een organisatie die onontbeerlijk was geworden voor het regime. Zelfs al zou de dictator dit willen, er zich van ontdoen kan enkel door een nieuwe staatsgreep te plegen, maar gewoonlijk zijn deze instituten zo diep in de macht ingeweven dat ze niet gemakkelijk te vervangen zijn.

Een voorbeeld van een “democratische dictatuur” is in België de “regering met volmachten”. Op dat moment laat de regering het parlement een wet stemmen waardoor dit zichzelf buiten spel zet en afziet van elke controle op de regering die de kiezer haar heeft toevertrouwd. Dat deze ook misbruikt wordt bewijzen de  volmachten die door de regering Van den Boeynants gevraagd werden in 1967. Hij had deze nodig om de economische crisis te bestrijden waarin het land gestort was volgens hem en de zijnen. Wie zich die periode herinnert weet dat de economie er nooit beter voorgestaan heeft als toen.

Van Den Boeynants’ regering heeft van deze volmachten ook gebruik gemaakt om er bv de vestigingswet voor apothekers door te drukken, een maatregel waarvan niemand begreep welke de impact op de belgische economie kon zijn, maar waarvan iedereen wel duidelijk zag dat enkel een smalle maatschappelijke elite ervan profiteerde : de apotheekeigenaars. De democratie was hier dus heel ver te zoeken. Erger nog was het in october 1978 toen Tindemans een echte staatsgreep pleegde en eigenmachtig het parlement naar huis stuurde. Dat ook de westerse “democratie” het dus, als het haar uitkomt, niet al te nauw neemt met dit begrip is maar al te duidelijk. Gezegd moet worden dat Kamer en Senaat in de VS zich wel veel beter bewust zijn van hun macht en belang en er zeker nooit laten aan raken. Geen enkele staat beschikt dan ook over een subtieler en beter uitgewerkt evenwicht tussen wetgevende en uitvoerende macht dan de VS. Jefferson, Adams en co hebben daar echt wel een pareltje gecreëerd waar veel landen zelfs niet van kunnen dromen. En volmachten zijn in de VS dan ook bijna ondenkbaar.  

19:30 Gepost door Dwarsligger in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

tja ook martens is af gekomen met zijn volmachten (allemaal katholieken???). volmachten in de states??ja is maar hoe ge het bekijkt, daar hebben de rijkste geldschieters van de presidenten de volmacht, wetgevende en uitvoerende macht of niet, maar daar hebben de wapen en olie lobby de volmacht, zij sponseren de kampagnes, zij bepalen later het beleid....

Gepost door: watje | 23-07-07

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.