30-07-07

Democratie 4 : de macht achter de schermen

In ons vorig artikel zagen we dat onze westerse vorm van democratie zeer vaak niet voldoet om een land stabiel te houden. Veel landen zijn er niet mee geholpen maar komen er integendeel in zware problemen mee terecht. Voor hen is een sterke man of een sterke regering veel beter. We zagen daarnaast dat het parlement ook in veel westerse democratieën regelmatig buitenspel gezet wordt en de regering regelmatig dictatoriale trekjes vertoont.

Laten we dan ook vandaag eens kijken of onze democratie wel echt die naam verdient. We kennen verkiezingen en deze hebben, als er een grote stemverschuiving plaatsheeft, inderdaad invloed op de politiek van een regering. Dat kan niet ontkend worden en wie dit toch zou willen moet maar eens kijken naar de val van Rumsfeld in de VS die het gevolg was van de zware nederlaag die de republikeinen leden bij de laatste parlementsverkiezingen. 

Iedereen weet echter dat de echte macht niet in het parlement ligt. Toen Stanley Druckenmiller in naam van zijn baas George Soros op 22/9/92 de engelse pond deed instorten hield niemand hem tegen, hoewel de monetaire stabiliteit van de ganse kapitalistische wereld ervan afhing. Wanneer Renault zijn fabriek in Vilvoorde sluit staat de Belgische regering eveneens machteloos. De tijd dat België geregeerd werd in functie van de belangen van de Société Générale ligt ook nog niet zo bijster lang achter ons en ook nu nog is de Belgische bescherming van de zogenaamde “referentie-aandeelhouder” uniek in de wereld.

Het is duidelijk dat in onze kapitalistische maatschappij de belangen van enkele hyperrijken of grote holdings primeren op het algemeen belang. Mannen als Daniel Janssen (Solvay) of Albert Frère bv zullen door onze politici niet vaak tegen de haren ingestreken worden, zelfs al hangt het geluk van een massa inwoners ervan af.

Geen enkele regering van een westers land kan, durft of wil de grote kapitalen inperken in hun macht. Want dadelijk heeft dit voor gevolg dat ze de nationale economie onder druk zetten om hun eisen ingewilligd te krijgen of dat ze hun politieke of invloedrijke “vrienden” inschakelen.

Meer zelfs, waar wetten door het parlement jagen normaal een eindeloze processie van Echternach is, kan plots zeer snel gehandeld worden wanneer grote privébelangen op het spel staan. De overnamestrijd die in 1988 losbarste over de Generale Maatschappij (Carlo De Benedetti tegen Suez) had bv een wet tot gevolg die de holdings een bijna absolute macht garandeert bij overnames. Onnodig te zeggen dat ze deze gebruikt hebben om zich te verrijken door datgene te doen wat de wet juist wou beletten : uitverkoop houden van de kroonjuwelen van de Belgische economie. Sindsdien zijn alle essentiële sectoren van onze economie (gas, elektriciteit, …) in handen van Suez, een Franse holding en niet toevallig de winnaar van bovengenoemde strijd. Onze “democratie” heeft dan ook duidelijke trekjes van een plutocratie.  

De VS van Bush, zowat het meest extreme voorbeeld van hyperliberalisme, bewijzen steeds opnieuw dat voor de “bezittende klasse” de staat enkel maar mag tussenkomen wanneer er geld te spenderen is aan onrendabele zaken als hulpverlening bij rampen zoals orkaan Katrina. 

Naast grootkapitaal is er nog een andere zeer belangrijke groep spelers achter de schermen : de drukkingsgroepen en de lobyisten. Brussel is de stad in Europa waar het meeste lobby-firma’s verzameld zijn. Brussel is dan ook de “hoofdstad van de EG” en deze bureau’s zouden zeker geen klanten hebben als hun tussenkomst niet ergens zwaar rendeerde.

En dat deze lobby’s niet steeds het algemeen belang nastreven, meer zelfs, dat ze vaak een oplossing tegenhouden wordt bewezen door de houding van de VS ten opzichte van Israel. In de VS bestaat immers een zeer sterke joodse lobby die telkens de belangen van Israel in gevaar komen al zijn nivloed laat gelden. Hierdoor kan er geen enkele oplossing gevonden worden in het israelisch-palestijns conflict omdat deze joodse lobby nergens oog heeft voor de terechte eisen van de palestijnen.

Andere bekende drukkingsgroepen zijn de vakbonden, de werkgeversorganisaties, de partijen e.d. Zoals we in een vorig artikel reeds zagen is hun hiërarchie niet basisdemocratisch verkozen. Daarenboven hebben geen van allen een officiële rol toebedeeld gekregen door de grondwetten van de staten waar ze actief zijn. In België hebben de vakbonden zelfs niet eens rechtspersoonlijkheid wat hen gewoon onbereikbaar maakt voor juridische middelen.

We zien dan ook duidelijk dat de besluitvorming zich niet afspeelt waar deze wettelijk zou moeten gebeuren : in het parlement. Deze laatste is al veel te sterk verworden tot een praatbarak en een stemmachine. Het is dan ook duidelijk dat de term “democratie” vandaag de dag zeker niets meer te maken heeft met de organisatie van verkiezingen. Ook oligarchische eigenschappen zijn onze democratieën immers niet vreemd.

19:30 Gepost door Dwarsligger in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

Commentaren

wat betreft vakbonden klopt niet: ze zijn zelfs heel gemakkelijk bereikbaar met juridische middelen. persoonlijk zelf ondervonden (meermaals)

Gepost door: watje | 30-07-07

Reageren op dit commentaar

Vertel eens O goed om weten watje. Kan je me eens een voorbeeld geven hiervan want hun gebrek aan rechtspersoonlijkheid maakt dat juist erg moeilijk heb ik altijd gehoord. IK vind het dus heel interessant om deze idee hier te nuanceren

Gepost door: Grimm | 31-07-07

Reageren op dit commentaar

via mail zal u via mail het vertellen, niet dat ik het hier niet wil schrijven, maar kan het niet juridisch zo mooi formuleren en zal op mail proberen het uit te leggen uit eigen ervaringen. (effe geduld)

Gepost door: watje | 01-08-07

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.