20-08-07

BHV (versie Vlaanderen)

Ik vrees dat ik met dit artikel alle banvloeken van Vlaanderen over me heen ga krijgen maar ik vind het hoog tijd om eens op een meer genuanceerde en minder principiële manier na te denken over Brussel-Halle-Vilvoorde.

In 1963, toen de taalgrens werd ingesteld werden enkele “uitwisselingen” gedaan tussen de beide regio’s. Komen en Moeskroen gingen naar Henegouwen, hoewel ze omgeven zijn door West Vlaanderen. Er woonden immers veel franstaligen. De lijdensweg van de nederlandstaligen zal jaren later duidelijk worden wanneer vlaamse moeders hun kindje naar het gemeenteschooltje van Komen brengen. Iedereen zal zich nog wel de schandalige scheldtirades herinneren waar ze doorheen moesten om de school te bereiken.

In ruil voor Komen en Moeskroen werd de Voerstreek bij Limburg gevoegd. Ook deze hoorde daar helemaal niet thuis. Ze werd omgeven door Luik en werd door een grote Franstalige bevolking bewoond.

Daarnaast ontstonden de faciliteitengemeenten, waarvan er 6 rond Brussel lagen. De rest waren taalgrensgemeenten (Ploegsteert, … en bovenstaande uitgewisselde steden). Het waren gemeenten waar voor de sprekers van de “andere taal” de mogelijkheid werd voorzien de officiële documenten te laten vertalen. De bedoeling langs vlaamse kant was dat deze faciliteiten zouden uitsterven wanneer de franstaligen die “in Vlaanderen” kwamen wonen, de landstaal hadden geleerd.

En hier liep het verkeerd. De burgemeesters van de “Brusselse” zes gemeenten ontvingen met open armen de franstaligen die hun intrek wilden nemen bij hen. Het waren immers erg kapitaalkrachtige mensen en ze brachten dus niet weinig belastingen op. Om hen het leven nog meer te vergemakkelijken interpreteerden ze “faciliteiten” als “tweetaligheid”. De facto werden de gemeenten tweetalig.

Van tweetaligheid van de inwijkelingen kwam dus niets in huis, integendeel, ze begonnen hun faciliteiten te aanzien als een verworven recht en als totale tweetaligheid. Na een tijdje werden de gemeenten en hun besturen dan ook franstalig met een grote minderheid nederlandstaligen.

Daarnaast werd de Brusselse olievlek steeds groter en werden ook niet-faciliteitengemeenten verfranst : Overijse, Vilvoorde (Koningsloo), Tervuren, … Ook hier weigerden de franstaligen vaak zich aan te passen en nederlands te praten en weer eens likte de kat de kandeleer omwille van het smeer. De plaatselijke handelaars pasten zich perfect aan en spraken Frans met hun klanten. Enkel de weinige keren dat ze een officieel papier nodig hadden moesten de inwijkelingen zich dus in het nederlands uitdrukken. Ook deze gemeenten zijn op de duur dan ook voor een groot deel bewoond geraakt door nederlands-onkundigen. En ook hier werden ze met open armen ontvangen omwille van hun rijkdom.

De Franstalige gemeenten hadden veel minder last met de faciliteiten. De nederlandstaligen die er woonden hadden immers geen enkele objectie om de “landstaal” te gebruiken. En wanneer dan eens wettelijk een nederlandstalige erin slaagde om in Wallonië zijn rechten uit te oefenen dan werden deze dadelijk in de kiem gesmoord.

Toen Oswald Van Ootegem in Nijvel verkozen werd voor de kamer moest hij wettelijk gezien zetelen in de Franstalige gewestraad. Daar werd hij echter ONWETTIG maar wel zonder aarzelen buitengezet omdat een vlaamstalige daar niet thuishoorde. En Vlaanderen heeft dit na een licht protest ook aanvaard. De franstaligen die in Vlaanderen verkozen worden, zelfs die van het FDF hebben daarentegen geen enkel probleem te zetelen in het Vlaams Parlement. Anders gezegd : wanneer het de franstaligen uitkomt baseren ze zich op “de bodem”, de kant van de taalgrens dus. Een Franstalige in Vlaanderen moet zetelen in Vlaanderen. Wanneer het in hun nadeel uitvalt dan kijken ze plots wel naar de taalrol. Een Vlaming die in Wallonie gekozen wordt heeft niet dezelfde rechten als zijn Franstalige collega in Vlaanderen. Hij ziet de deuren van het Waals parlement voor zijn deur toegegooid worden.

En hier is dus al één deel van het B-H-V-probleem : de franstaligen zijn niet consequent met zichzelf en respecteren geen wet als hen die niet uitkomt. Door de invoering van de taalregio’s in de verkiezingswetten moest dit arrondissement immers automatisch gesplitst geweest zijn en alle verkiezingen die er sindsdien hebben plaatsgehad (gemeenteraadsverkiezingen uitgezonderd) zijn dan ook onwettig geweest. Waarom geen van de betrokken burgemeesters of kiezers hier ooit mee naar de raad van State is getrokken is me een raadsel. 

Dat is de Vlaamse kant van de zaak. Volgende keer bekijken we de franstalige kant.

19:30 Gepost door Dwarsligger in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.