27-08-07

BHV (Franstalige visie en conclusie)

Zoals we vorige keer zagen hebben de franstaligen zich weinig of niet aangepast toen ze in Vlaanderen kwamen wonen. In de jaren ’60 en begin jaren ’70 werd dit ook ergens normaal gevonden, ook door veel vlamingen. Frans was immers een veel belangrijker taal dan het nederlands, de Brusselse bourgeoisie was franstalig en zij regeerde het land door middel van de bijna uitsluitend Franstalige Société Générale.

Vlaanderen zat met een minderwaardigheidscomplex en wist dat het grote geld in Franstalige handen zat. Dus boog het er nederig voor. Dat veranderde met de splitsing van de universiteit van Leuven. Vlaanderen werd zich bewust van zijn identiteit en waarde en Wallonië zakte steeds verder weg in het economische moeras toen zijn metaalindustrie uitstierf in de jaren ‘70.

Ze konden nog een tijdje overleven dank zij de wafelijzerpolitiek die gevoerd werd in ons land. Bij elk project in Vlaanderen moest Wallonië evenveel geld krijgen, zelfs al was het om het weg te gooien aan scheepsliften of hellende vlakken. Maar in de jaren ’80 was ook dit onhoudbaar geworden. De economie kon het niet meer aan. De autostrade Pecq-Armentières was de eerste keer dat de regering weigerde het wafelijzer boven te halen.

Wallonië, beheerst door de PS die  teerde op cliëntelisme, moest vanaf nu zelf op zoek naar geld om zijn kiezers aan zich te binden.  Sindsdien zit die landstreek permanent in geldnood.

Maar laten we even terugkeren. Vlaanderen sprak dus Frans met de inwijkelingen, ontving ze met open armen en maakte hen het leven zo gemakkelijk mogelijk. De Brusselse rand (tot tegen Leuven) verfranste zienderogen. En hier hebben de Vlamingen evenveel schuld aan als de franstaligen die hier huizen kochten. Want een vlaams eigenaar verkocht zijn grond of huis nu eenmaal liever aan een franstalige dan aan een nederlandstalige. De eerste kon immers een veel hogere prijs neerleggen.

Vandaag wonen er dus massa’s franstaligen in Vlaanderen. En die franstaligen willen natuurlijk kunnen kiezen voor franstalige kandidaten. Hen kennen ze immers van op TV, de nederlandstalige politici zijn voor hen totaal onbekend, op een zeldzame uitzondering na. En ze voelen zich ook helemaal niet verbonden met die “vreemden”.

Vandaar dat de franstaligen eisen dat ze bij een splitising van Brussel-Halle-Vilvoorde mogen gaan stemmen in Brussel, waar ze wel kunnen kiezen op “hun” kandidaten. De Vlamingen van hun kant zeggen dat ze nu eenmaal in Vlaanderen zijn komen wonen en dat hier een prijskaartje aanhangt, namelijk dat hun franstalige kandidaten niet meer bereikbaar zijn. Waarom de franstaligen dan weer repliceren dat toen ze er kwamen wonen ze die kans wel hadden en dat de Vlamingen nu eenzijdig de voorwaarden veranderen.

Kortom, een echt imbroglio. Vlaanderen heeft gelijk dat Halle en Vilvoorde niets meer te maken hebben met Brussel, de franstaligen maken een punt door te zeggen dat dit al zo lang het geval is, dat ze in de vlaamse gemeenten zijn komen wonen met medeweten en zelfs akkoord van de Vlamingen, en dat ze die tweetaligheid bij verkiezingen nu als een verworven recht mogen aanzien.

Persoonlijk ban ik dus van mening dat het niet meer dan normaal zou zijn dat de Vlamingen zich bij de toestand neerleggen en aanvaarden dat deze 6 faciliteitengemeenten de facto tweetalig en zelfs grotendeels franstalig zijn. Daar zal een principieel achter de feiten aanhollen geen verandering in brengen. Enkel een rabiaat idioot loopt nog met de illusie rond dat deze gemeenten ooit terug vooral door nederlandstaligen zullen worden bewoond.

Waarom deze gemeenten niet bij Brussel voegen ? Waarom niet inzien dat het Egmontpakt alles bij elkaar toch ook wel ergens correcte voorstellen bevatte ? “Omdat er dan ook andere gemeenten gaan volgen” hoor ik antwoorden. Daar ging Egmont inderdaad wel te ver en dit mag zeker niet meer aanvaard worden.

De franstaligen die in zuiver vlaamse gemeenten wonen wisten toen ze er introkken duidelijk dat ze in Vlaanderen kwamen wonen en hebben daarom totaal geen recht om andere of meer rechten te hebben dan de andere Vlamingen. Zij zijn vlaams, ondanks hun spreektaal, en moeten zich aanpassen. Een engelsman of een turk die in een vlaamse gemeente komen wonen en die weigeren om zich in het nederlands uit te drukken in hun relatie met de overheid, worden aan de kaak gesteld als “weigert zich te integreren”. Waarom mag dat dan niet gezegd worden van een Franstalige die de taalgrens oversteekt. Waarom moet Mustapha wanneer hij in Dilbeek gaat wonen wel nederlands leren en Jean-François niet ?

Franstaligen in Vlaanderen moeten dus de gevolgen dragen van hun keuze en aanvaarden dat ze niet meer kunnen kiezen voor franstalige kandidaten. Dat B-H-V gesplitst wordt is dus niet meer dan rechtvaardig, maar dat de franstaligen van de 6 faciliteitengemeenten recht hebben om nu eindelijk eens als volwaardig aanzien te worden is in mijn ogen even vanzelfsprekend. De andere franstaligen in vlaamse randgemeenten daarentegen behoren klaar en duidelijk tot het afgesplitste vlaamse deel van Brussel-Halle-Vilvoorde.

Toen in 1963 de taalgrens werd getrokken was het de bedoeling eens en voor altijd vast te stellen waar welke taal waar gebruikt werd voor officiële transacties. De franstaligen hebben deze grens echter nooit gerespecteerd maar dat is geen reden om dit gebrek aan burgerzin nu te belonen. Niets belet deze inwijkelingen dan ook om naar Brussel of Wallonië terug te keren als de prijs om Vlaming te zijn voor hen te hoog is. 

19:30 Gepost door Dwarsligger in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.