27-02-08

Redelijk zijn

 

Jean-Luc Dehaene heeft recent de onderhandelaars voor de staathervorming ter orde geroepen dat ze niet te koppig moeten zijn maar daarentegen compromissen moeten aanvaarden. Ik denk dat het niet verkeerd is om hierop aan te dringen want enkel via win-win is er in dit dossier tot een oplossing te komen die langer standhoudt dan tot de volgende verkiezingen.

Ondertussen is het voor iedereen duidelijk geworden dat er geen staatshervorming komt, enkel wat kleine wijzigingen om de kiezer kalm te houden. De rest wordt “verschoven naar na de verkiezingen van 2009” (lees : “naar de Griekse kalenden verwezen”).

Mijn getrouwe lezers zullen al lang begrepen hebben dat ik geen voorstander ben van de vorm van democratie zoals die waarin we leven. Hierin wordt immers totaal geen belang gehecht aan de kwaliteit maar enkel aan de populariteit van de kandidaten. Vandaar dat een voetballer, een toneelspeler of een mediafiguur een grote kans maken en zelfs vooraan op de lijsten worden gezet om stemmen te ronselen. Eens gekozen stappen ze vaak al snel terug uit het circuit en laten ze hun plaats aan een opvolger die voor de partij absoluut moet gered worden. Denken we maar aan Phaedra Hoste die, buiten haar eedaflegging dan, de gemeenteraadszaal nooit van binnen gezien heeft. Een partij die dergelijke gedesinteresseerde BV’s op haar lijsten opneemt bedriegt dan ook de burger. En akkoord, er bestaat een latijns gezegde “vulgus vult decipi” (het volk wil bedrogen worden) maar als democratie op dit principe gebaseerd is dan is een herconcipiëren echt wel nodig volgens mij.

Een ander nadeel van deze democratie is dat er mensen gecreëerd worden die enkel daar nog kunnen gedijen. Ze gaan de politiek in, leren “mensen kennen” en worden gekozen. Erna brengen ze hun ganse verdere (beroeps)leven in het parlement door, passen zich aan aan “de sfeer”, klimmen hogerop in de partij en kunnen elders niet meer functionneren. Als ze hun partij slaafs dienen worden ze onderweg vaak voorzien van een of andere vetbetaalde sinecure op een of ander kabinet, als topambtenaar of als beheerder of regeringsvertegenwoordiger in een topfirma, plaatsen waar ze totaal niets moeten doen en dus ook niet door de mand kunnen vallen. Anderen blijven tot het einde parlementair en zorgen binnen hun partij voor een, conservatisme dat elke evolutie tegenhoudt omdat de jongeren niet opkunnen tegen hun grote macht.

Elke maatregel, hoe noodzakelijk ook, om de staat te rationaliseren loopt dan ook uit op een strijd waarbij deze parasieten zich weren als een duivel in een wijwatervat om toch maar niet het aantal vetbetaalde politieke mandaten te verminderen. Zo kent België nog steeds een senaat (reeds vaak afgeschaft op papier), arrondissementscommissarissen (weet iemand waarmee die zich bezighouden ?), een gouverneur van Brussel (overlapt de provincie hier niet het gewest ?), provinciebesturen (buiten enkele scholen en wegen en buiten wat subsidies hier en daar een inerte boel) en andere instituten die makkelijk kunnen vervangen worden door veel efficiëntere organismen, als ze al niet totaal overbodig zijn. 

Kortom, het is in het belang van de partijen en de gekozenen om zoveel mogelijk mandaten en postjes uit te kunnen delen en dus om zoveel mogelijk “staat” in leven te houden. Hoe meer niveau’s hoe beter. Volgens Rik van Cauwelaert in Knack van 21/2 is dit zelfs de reden waarom staatshervormingen nooit efficiënt zullen doorgevoerd worden.

Maar laten we nog even terugkomen op de zin voor compromis die Dehaene zo hoog in het vaandel voert. Wat de brave borst hiermee wil insinueren is dat de Vlamingen zich moeten blijven gedragen zoals vroeger : redelijk. Ze moeten geen té hoge eisen stellen die onaanvaardbaar zijn voor de franstaligen. Want dat is niet goed voor het land. Ze moeten bereid zijn om toe te geven. De man weet als oude rot in het vak immers dat dergelijke houding niet moet verwacht worden van de franstaligen. Want kan iemand mij uitleggen waarom dezelfde eis nooit is voorgelegd (ook recent niet) wanneer de franstaligen blijk gaven van een totaal gebrek aan ook maar het minste greintje verantwoordelijkheidsgevoel ?

Of is de houding van Madame Non zo bevorderlijk voor een goede gang van zaken in het koninkrijk ? Was de houding van de Franstalige politici zo verantwoord toen ze Happart  door dik en dun steunden in zijn pesterijen van Vlamingen in zijn gemeente. Of zijn we al vergeten dat deze brave man bv de lokalen van een nederlandstalige gemeenteschool innam voor de franstaligen en de nederlandstalige leerlingen in onwaardige en afgedankte containers onderbracht ?

Het waren toen telkens de Vlamingen die blijk gaven van bereidheid tot compromis, de franstaligen weigerden redelijk te zijn tenzij ze uitgekocht werden. De “walen” weten perfect dat Vlaanderen toegeeft als ze koppig blijven doorzetten. Anders gezegd : door zelf onverantwoord te zijn verplichten deze “landgenoten” Vlaanderen tot verantwoordelijkheidsgevoel. “Bras de Fer” spelen hebben de Franstalige politici steeds tot in de puntjes beheerst. Ze rekenen erop dat Vlaanderen wel bereid zal zijn om toe te geven omdat anders “het land in gevaar komt”. Een houding en denkwijze die ik nooit zag in Franstalige middens. Als zij toegaven was het telkens voor veel geld, op “mindere zaken” en zelfs dan hielden ze zich nog niet aan de afspraken (zoals bv de taalwetten van 1963 in de Brusselse rand).

Is het dat wat u ook nu weer van onze vertegenwoordigers verlangt mijnheer Dehaene ? Is het dat wat “vroeger zoveel beter was toen Vlamingen en walen elkaar veel beter kenden en dus makkelijker konden praten” ? Wel, sta me toe te zeggen dat ik dan bij verre verkies dat ze elkaar niet zo goed meer kennen en dat er geen “vriendendiensten” meer plaatsgrijpen tussen “zusterpartijen over de taalgrens heen”. Want dan hebben onze vlaamse politici het veel makkelijker om chantages en onverantwoord gedrag met gelijke munt te betalen. Het zal dan ook eindelijk gedaan zijn dat franstaligen wetten aan hun laars lappen omdat ze goed weten dat ze hierdoor weer een of ander compromis uit de brand kunnen slepen, compromis dat ze daarna ook weer naast zich gaan neerleggen

Van de zwaar onderhandelde taaldossiers van de naoorlogse periode is er geen enkel dat consequent en fair werd toegepast is geworden door de franstaligen. Alles werd aangepast aan de eigen wil als ze het in hun hoofd haalden en telkens gaven de Vlamingen toe. Dus neen Jean-Lucske, een compromis : akkoord. Maar niet langer meer ten koste van wettelijkheid en respect en zeker niet meer tengevolge van regelrechte chantage.
 

19:15 Gepost door Dwarsligger in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.