10-03-08

1968

Dit jaar is het fameuze “revoltejaar” al 40 jaar oud. De oud-strijders komen stilaan op pensioenleeftijd. Maar voor dit jaar definitief uit het collectieve geheugen verdwijnt willen ze er graag nog eens met veel nostalgie aan terugdenken.

Waar 1958 even belangrijk was voor België (de wereldtentoonstelling) toch zijn de mensen die hier aan meewerkten reeds uit de actieve bevolking verdwenen en over dit evenement worden dan ook veel minder nostalgische artikels en “terugblikken” gepubliceerd. Historici en perslui zullen zeker dit verschijnsel van de “afnemende aandacht” wel kennen.

Ik ga hier niet teveel uitweiden over 1968, over hoe belangrijk dit jaar nu wel of niet was, maar ik wil hier wel even vertellen waarom het volgens mij wel een breuk betekende in de tijdgeest. Het is mijn  persoonlijke terugblik vanop afstand. Jongeren die ons, ouderlingen, over onze “heldenjaren” horen praten of die er op school over moeten leren zeggen allemaal dat dit “oude kost” is en vragen zich af wat er dan wel zo belangrijk aan was. Ze hebben immers nooit aan den lijve ondervonden hoe het leven tevoren was en denken dat hun huidige “vrijheid” vroeger ook bestond.

Nu is het zo dat wij, late vijftigers en vroege zestigers, ons ook niet kunnen inleven in hoe de economische crisis van de jaren ’30 ingewerkt heeft op de mensen toen, welke invloed de verrechtsing had, hoe mensen hierin konden meegesleurd worden. Ik ben een fervent voorstander van de mondelinge geschiedenis omdat persoonlijke verhalen vaak een duidelijker licht kunnen laten schijnen op bepaalde evenementen dan de historici dit kunnen.

Laat me beginnen met te zeggen dat volgens mij 1968 in feite niets meer of minder was dan een uitloper van Vaticanum 2. Ons land was toen nog erg katholiek en de kerken zaten bomvol. Wanneer de kerk dan ook zichzelf in vraag stelt en moderniseert verdwijnt plots een rem die op veel gebieden de geesten in zijn macht had. Mensen leerden dat zelfs de kerk, tot dan toe aanzien als iets uiterst stabiel, onderhevig is aan evolutie en niet eindeloos onveranderd blijft. Dit maakte de geesten vrij voor een ontvoogding, een meer zelfstandig denken, een minder aan het handje lopen van de geestelijke autoriteiten.

In andere landen waren er andere triggers natuurlijk. De problemen aan de Amerikaanse universiteiten hadden weinig of geen uitstaans met deze ontvoogding. Daar vochten de studenten voor hun leven, om te ontsnappen aan het knekelhuis dat Vietnam heette.

Ik ben dan ook van mening dat, hoewel elk land wel zijn eigen “specifiteiten” had, de ene de andere meesleurde en dat hier een domino-effect plaatshad. Eens studenten zagen dat er protest was, bv in Berkeley, gingen ze eens nadenken of hun eigen problemen ook niet eens waard waren om voor op straat te komen. Want blijkbaar had protest wel succes, was men niet zo machteloos als men zelf wel dacht. De enen (Parijs) vochten voor toelating meisjes op hun kamer te mogen ontvangen, anderen voor de verhuis van een taalvreemde gemeenschap (Leuven), nog anderen voor meer vrijheid (Polen).

Maar overal kwam de jeugd op straat, eiste ze haar plaats in de gemeenschap, vroeg inspraak in die organen die zich bezig hielden met zaken die hen aangingen maar waar ze totaal buiten gehouden werden. Niet voor niets kon Daniel Cohn-Bendit de franse minister van Jeugd onder de neus wrijven dat hij zich niet bezighield met wat de jeugd écht bezig hield : sex.

De jeugd werd zelfbewuster omdat ze materieel niets (meer) tekort kwamen en in de behoeftenschaal van Maslow dus een trede hoger konden klimmen. Ze ontdekten hun macht en lieten duidelijk verstaan dat het gedaan was met de cultuur en mentaliteit van de “brave burger”, de meeloper, de man of vrouw die zich door anderen liet opleggen wat hij moest doen en denken.

In die zin hebben de studentenrevoltes wel effect gehad. Ouders werden van de ene dag op de andere geconfronteerd met een “generatiekloof” die veel breder was dan die henzelf van hun ouders scheidde. Want tussen 1918 en 1940 is er voor de gewone mens weinig veranderd op intellectueel gebied. Hij was gewoon dat er voor hem gedacht werd en aanvaardde dit, goed geoefend als hij was door zijn religieuze achtergrond.

Degenen die in 1968 jong waren traden op de voorgrond, onderwierpen zich niet zomaar meer aan autoriteiten, protesteerden en vroegen inspraak. Ouders, scholen, allen werden ze “democratischer”. En dat is sindsdien zo gebleven. Veel inspraakorganen zijn verwaterd en machteloos geworden, gerecupereerd door wat we destijds “het establishment” noemden, maar ze bestaan nog steeds, geven nog steeds een klankbord om wensen naar voor te brengen. Hedendaagse jongeren kennen nauwelijks of niet meer de onderdrukkende sfeer in de colleges, sfeer die in onze tijd toch al een pak beter was dan in de tijd van onze vaders.

Wanneer jongeren dus vragen “waarom zaag je zoveel over 1968 ?” dan antwoord ik steeds dat het zonder onze rebellie ondenkbaar zou zijn dat ze na 10 uur nog uitgingen, dat ze na 12 uur thuiskwamen, dat ze met het andere geslacht mochten praten of contact hebben voor hun 18, kortom, zonder 68 zouden ze tot hun meerderjarigheid nog als pubers en kinderen zouden behandeld worden.

Wie ooit “De Heren van Zichem” heeft gezien kent de macht van de pastoor, de strenge sfeer op de colleges, de scheiding van “bokken en schapen”. In 1968 was dit begonnen te verwateren maar de geest waaruit dit allemaal voortkwam was nog ongeslagen en even machtig. Fundamenteel was er in de maatschappij nog niets ten gronde veranderd.

1968 zal hier een ommekeer veroorzaken. Wat al enkele jaren sluimerde kwam plots als een vloedgolf over de westerse wereld gerold. En niet enkel het westen, de Praagse Lente toonde aan dat ook in het oostblok er vraag was naar verandering. Het neerslaan van deze opleving  van vrijheid door de troepen van het Warshaupakt bracht iedereen plots terug met de voeten op de grond. De mensen kwamen tot de vaststelling dat er nog steeds heel veel boven hun hoofd werd beslist, dat ze, zelfs in een democratie, nauwelijks iets in de pap te brokken hadden. Het revoltejaar was dan ook na 6 maanden al volledig achter de rug. De “gevestigde machten” namen in de tweede helft van het jaar weer de controle over.

Net zo sterke “contra-revolutionaire kracht” kwam voort uit het verlies van Martin Luther King in april en Bobby Kennedy in augustus. Ze waren de voorvechters van een “andere maatschappij” en met hun dood verdwenen ook de personificaties van een hoop op verandering. Nu is het zo dat een beweging niet voort kan bestaan zonder woordvoerder/leider, zonder handleiding en zonder symbool. Het symbool was Che Guevarra, een “boek” was er niet echt maar er werd wel gedweept met de werken van Lenin en Mao. Alleen : een lichtend voorbeeld waar iedereen naar opkeek was er plots niet meer. Niet te verwonderen dat de beweging dan ook al snel doodbloedde in Europa. In de VS hield Vietnam de jongeren nog en tijdje bezig maar daar werd de beweging door de commercie gerecupereerd en de nek omgewrongen. Van de hippies, de emanatie van deze “nieuwe maatschappij” schoot een jaar later dan ook niets meer over.  

De soixante-huitards zullen zich net zoals alle vorige generaties perfect integreren in de maatschappij. Ze werden hiertoe verplicht door de petroleumcrisis van 1974 die een zware recessie veroorzaakte en hen massaal, ondanks hun diploma’s, op de werkloosheid lieten terechtkomen en van daar in de ondertewerkstelling. Om aan werk te raken moesten ze immers bereid zijn in de tredmolen van de “gevestigde structuren” te stappen.

Maar velen onder hen zullen hun critical sense nooit meer verliezen en ze zullen, met hun drang tot discussieren over punten en komma’s, hun gebrek aan nuanceringsvermogen en hun drang anderen van hun grote gelijk te overtuigen, aan de wieg staan van de Groenen. In andere partijen worden ze in toom gehouden door de “oude rotten” en was hun invloed minder uitgesproken. Maar overal hebben ze, eens hun tijd gekomen was, een vernieuwende invloed gehad. Vaak ging dit gepaard met een regeldrang, een betweterij en een proselitisme die erger waren dan die van de maatschappij die ze wilden wijzigen. Het verbod op chocolade sigaretten dat Magda Aelvoet uitvaardigde als minister van Volksgezondheid is dan ook een mooi voorbeeld van de naweeën en de mentaliteit van 68.

19:30 Gepost door Dwarsligger in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

1968 Dag Dwarsligger. Je hebt de tijdsgeest uit die periode goed aangebracht. Ik vond het eigenlijk een schitterende tijd omdat je nog kon reageren tegen iets heel tastbaars in de eigen leefwereld. Alhoewel reageren niet zo vanzelfsprekend was, kreeg je in die tijd altijd wel mensen mee die hielpen meeprotesteren. Eigenlijk was het hoopgevend dat onze protesten zo snel voor maatschappelijke veranderingen zorgden. In de jaren zestig was "luxe" in mijn kringen iets heel uitzonderlijks. (Een uitstap naar zee of naar een grote stad, waren de enige reizen die mijn ouders maakten). Vandaag de dag zijn we die luxe als vanzelfsprekend beginnen vinden. Ik vrees dat dat onze maatschappelijk bewustzijn heeft aangetast. "Luxe(?)" als opium voor het volk?

Gepost door: Vrijdenker | 15-03-08

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.